GABRIEL HENDRIKS MASEDA

Freelance (Web)redacteur & Journalist

’Tikkende tijdbom’ door extreme afhankelijkheid Amerikaanse big tech: pinnen zonder VS vrijwel onmogelijk, ook data consumenten in gevaar

door | 24 apr 2026 | Longread

Een handvol Amerikaanse tech- en betaalreuzen heeft zoveel macht over ons dagelijks leven, dat Nederlandse bedrijven, burgers en overheden op een tikkende tijdbom zitten. Door de immense afhankelijkheid van big tech, Amerikaanse opslagplaatsen en betaalnetwerken groeien de zorgen over het mogelijk platleggen van onmisbare sectoren binnen onze economie.

Dat blijkt uit een rondgang. Er wordt met argusogen gekeken naar onder meer het massaal met smartphone of betaalpas aftikken van koopwaar in winkelstraten door ons hele land. Volgens IT-kenner Bert Hubert is vrijwel alles dat daarbij komt kijken afhankelijk van Amerikaanse technologie; van de software áchter onze pintransacties, die het uitwisselen van geld regelt, tot de digitale omgeving van de banken zelf.

Zo zijn het de in Amerika gevestigde bedrijven Visa en Mastercard die een soort ’betaalverzoek’ ontvangen wanneer Nederlanders met hun pinpas of telefoon betalen in een winkel. De betaalnetwerken checken vervolgens bij de bank of er genoeg geld op iemands rekening staat en voltooien bij groen licht de betaling. En dat allemaal binnen een mum van tijd.

Naast pinpasjes van ABN AMRO, ING en de Rabobank draaien ook digitale wallets op technologie uit de Verenigde Staten, met als absolute koplopers Apple en Google Play. Op een iPhone is slechts dubbelklikken op de aan/uit-knop voldoende om de digitale pinpas te doen opduiken, terwijl met Android-telefoons het in de buurt houden van het toestel bij een pinapparaat al volstaat.

Van alle betalingen in Nederland aan de kassa is 80 procent een pinbetaling, aldus Betaalvereniging Nederland. Ongeveer de helft daarvan gebeurt met een mobiele telefoon. Vooral Gen Z, de generatie geboren tussen 1997 en 2012, omarmde het betalen met een smartphone de afgelopen jaren.

„De banken draaien op een stapeling van Amerikaanse bedrijven”, vat Hubert de volgens hem zorgelijke situatie samen. „Naast het netwerk achter betalingen en onze digitale portemonnee maken de banken namelijk ook gebruik van cloudbedrijven die afkomstig zijn uit de VS”, legt hij uit. Een soort digitale opslagplaatsen waar data en bestanden kunnen worden gestald.

„Die afhankelijkheid is een risico omdat de VS verschillende wetten kent waarmee op ’de rode knop’ kan worden gedrukt”, zegt Hubert. „Zo kan de Amerikaanse overheid via de beruchte Cloud Act Europese gegevens opeisen, óók als die op Europese servers staan. Daarnaast kan het Amerikaanse cloudbedrijven verbieden om nog langer zaken te doen met landen, personen of organisaties door hen op een sanctielijst te zetten, de zogeheten OFAC.”

Met zo’n horrorscenario, waarbij Nederlandse banken of andere cruciale instellingen op de sanctielijst worden gegooid, wordt serieus rekening gehouden. Zeker nadat Donald Trump eerder de stap richting een wereldwijde handelsoorlog zette door enorme importheffingen te introduceren in de richting van (voormalig) bondgenoten. Ook de Groenland-crisis tussen de Verenigde Staten en de Europese NAVO-bondgenoten, waarbij Washington dreigde het arctische eiland met geweld in te nemen, lijkt in dit kader een brute wake-upcall te zijn geweest; Europese landen zijn op digitaal vlak enorm chanteerbaar als ze niet naar de pijpen van de Amerikanen dansen, lijkt men zich inmiddels te beseffen.

IT-kenner Bert Hubert, die met zijn ‘dashboard totale Amerikaanse afhankelijkheden’ technologische ontwikkelingen in de publieke sector op de voet volgt.

Waar dat toe kan leiden werd halverwege 2025 pijnlijk duidelijk, toen de hoofdaanklager van het Internationaal Strafhof (ICC) plots bleek te zijn afgesloten van zijn Microsoft-mail, op bevel van de Amerikaanse overheid. Ook de bankrekeningen van Karim Khan werden bevroren. Het ICC-kopstuk kreeg de Amerikaanse sancties aan zijn broek toen het Internationaal Strafhof arrestatiebevelen uitvaardigde tegen de Israëlische premier Benjamin Netanyahu en voormalig Defensieminister Yoav Gallant.

Onder Nederlandse organisaties leven sindsdien grote zorgen, aangezien ook ándere instellingen, waaronder het parlement, afhankelijk zijn van Amerikaanse mailomgevingen en clouddiensten, bevestigt Hubert. De angst is dat een ICC-scenario bij toekomstige Amerikaans-Europese spanningen opnieuw op tafel komt, maar dan op grote schaal, waarbij niet één persoon maar een hele groep of instelling wordt uitgesloten van cruciale tech.

Soortgelijke zorgen leven bij deskundigen over de volgens hen tikkende tijdbom waar ’de gemiddelde consument’ op zit. Want de digitale afhankelijkheid van de VS is ook binnen die groep gigantisch, zegt socialemedia-expert Joey Scheufler. Van de wekker tot mailtjes, appjes, foto-opslag en navigatie: álles is negen van de tien keer Amerikaans.

„Wij beseffen ons totaal niet hoe gevaarlijk dat eigenlijk is”, zegt Scheufler. „Lang dachten we: het is handig en redelijk goedkoop, maar nu de verhoudingen met Amerika veranderen zitten we in een potentiële wurggreep.”

Socialemedia-expert Joey Scheufler.

Naast dat gevoelige data en foto’s ook privé massaal worden opgeslagen in Amerikaanse clouds, weet Big Tech – Google, Meta, Amazon, Apple, Microsoft – van alles over zijn gebruikers, legt Scheufler uit. Van je naam, leeftijd en opleiding tot gedrag dat tot in de puntjes in de gaten wordt gehouden. Dat laatste geldt voor sociale media die gebruik maken van algoritmes, wat tegenwoordig bijna standaard het geval is.

Simpel gezegd is alle content die je tegenkomt op jou afgestemd door zogeheten algoritmes. Hoe langer je naar een filmpje kijkt, hoe meer je daarna van dat soort video’s zal zien. Dit baseren bedrijven als Instagram en TikTok niet alleen op kijkgedrag, maar ook op likes, reacties en waarop een gebruiker klikt in het algemeen; gedragsanalyses tot in de puntjes dus.

Al deze data vormen samen een akelig goed beeld van wie jij bent. „Dat is vooral een groot gevaar omdat alles steeds meer wordt geconcentreerd”, zegt Scheufler. Alles-in-één-apps zoals in China, waarin chatten, shoppen en de financiën regelen allemaal tegelijk kan, zien we in ons deel van de wereld nog niet.

„Maar je ziet wel dat Amerikaanse big tech een soort ’eigen variant’ hierop creëert door verschillende platformen met elkaar te integreren. Zo werden Facebook, Instagram en WhatsApp de afgelopen jaren steeds meer één geheel, waardoor bedrijven enorme hoeveelheden data over gebruikersgedrag kunnen combineren.”

Het gevolg: een groep bedrijven die enorm veel over jou weet, en in staat is al hun informatie in één bak te gooien en om te smelten tot een soort profiel. Google Maps kent je dagelijkse routes en tripjes naar vrienden, en uit je zoekgeschiedenis blijkt haarfijn wat je hobby’s en angsten zijn. Tel daar je complete LinkedIn-CV met je huidige baan en afgeronde opleidingen bij op en er valt haarscherp te construeren wie jij nou eigenlijk bent.

Dit blijkt ook uit de praktijk, legt Scheufler uit. „Big tech kent jou zo goed, dat het aan de hand van algoritmes kan voorspellen wat jij leuk vindt. Je geeft van te voren niks aan, maar toch kan op basis van jouw gedrag worden bepaald wat je leuk vindt en het klopt ook nog. Dat geldt niet alleen voor video’s, maar kan eigenlijk bij alles. Daar zit een heel groot gevaar in.

„Wat we daartegen moeten doen? Bij de bodem beginnen en beseffen dat er meer is dan alleen Microsoft”, zeggen Hubert en Scheufer. „Het probleem is dat mensen vanaf de middelbare school worden opgevoed met Amerikaanse diensten, aan de hand van diploma’s en speciale uitlegboeken”, ziet Hubert.

Hoopgevend in dat kader is een project van Microsoft 365-concurrent Nextcloud, die werkt aan een Europees, kant-en-klaar alternatief voor de kantooromgevingen van Microsoft. De eerste proefversie staat voor deze zomer gepland en moet daarna een goed alternatief voor Amerikaanse diensten vormen op de werkvloer, met eigen versies van Word, Excel en Teams.

De digitale kantooromgeving van Microsoft 365-concurrent Nextcloud.

De drie grootste banken van Nederland meldden eerder in gesprek te zijn met Europese banken over hun grote afhankelijkheid van Amerikaanse technologie. Het opzetten van Europese alternatieven voor Amerikaanse clouds gaat wel jaren duren, benadrukten ABN AMRO, ING en de Rabobank.

De komst van Wero, de opvolger van betaaldienst iDeal, wordt gezien als een stapje in de goede richting. Het bedrijf moet de Amerikaanse dominantie bij het betalen in Nederlandse winkels tegengaan. „De druk zit op de ketel, ook vanuit politiek perspectief, om een Europees alternatief te gaan aanbieden”, vertelde Daniel van Delft, operationeel bestuurder van Wero-moeder EPI eerder aan De Telegraaf.

Rond 2028 moet het volgens Van Delft mogelijk worden om met Wero te betalen bij kassa’s in fysieke winkels en de horeca, waarmee de macht van Visa en Mastercard zou worden ingeperkt. Het is nog niet duidelijk of het Wero-logo dan ook op onze bankpassen komt te staan. „Als er behoefte aan is, zullen we dat doen. Maar we richting ons eerst op het met de telefoon betalen in winkels met Wero.”

0 reacties

Een reactie versturen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *